Portaal

Biografie
Werken
Over het leven en het werk van Mandel...
Debatten, interviews, ...
Multimedia
Contact
Mailinglist

Nu voor 12 euro!

Dubbele DVD:

Links
Castellano
Deutsch
English
Franšais

Lenin en het probleem van het proletarisch klassenbewustzijn

Ernest Mandel Afdrukken

2. De bijzondere historische kenmerken van de proletarische revolutie

De proletarische revolutie onderscheidt zich van alle revoluties uit het verleden, zowel van de burgerlijke revolutie, waarvan de wetten — in de eerste plaats door Marx en Engels zelf — diepgaand bestudeerd zijn, alsook van de revoluties die tot nu toe nauwelijks aan een systematische analyse onderworpen werden (zoals de boerenrevoluties en die van de stedelijke kleinburgerij tegen het feodalisme; de slavenopstanden en de revoluties van stamgemeenschappen tegen de slavenhoudersmaatschappij; de boerenrevoluties in de periodiek desintegrerende oude Aziatische productiewijzen enz.). Anders dan en in tegenstelling tot al deze revoluties vertoont de proletarische revolutie van de twintigste eeuw vier bijzondere kenmerken, die haar specifiek, maar tevens haar problematisch karakter vormen, dat reeds door Marx werd vermoed [3].

1. De proletarische revolutie is de eerste geslaagde revolutie in de geschiedenis, die door de onderste klasse van de maatschappij wordt voltrokken. De economische macht, waarover deze klasse beschikt, is potentieel reusachtig, maar feitelijk uiterst gering, en over het geheel genomen is zij van ieder aandeel in de maatschappelijke rijkdom (i.t.t. het bezit van doorlopend verbruikte consumptiegoederen) buitengesloten. Hierin verschilt zij bijvoorbeeld van de bourgeoisie en de feodale adel, die de politieke macht veroverden op een tijdstip, waarop de feitelijke economische macht in de maatschappij reeds in hun handen lag, of van de slaven die geen enkele revolutie tot een goed einde konden brengen.

2. De proletarische revolutie is de eerste revolutie in de geschiedenis, die een tevoren bewust geplande omwenteling van de bestaande maatschappij nastreeft, d.w.z. niet een toestand uit het verleden wil herstellen (zoals dat bij de slaven- en boerenrevoluties van het verleden het geval was), maar een volledig nieuw, nog nooit voltrokken proces moet verwezenlijken, dat slechts als ‘theorie’ of ‘programma’ is gegeven [4].

3. Precies als iedere andere sociale revolutie in de geschiedenis ontstaat ook de proletarische revolutie uit de innerlijke klassentegenstellingen en de klassenstrijd die deze in de bestaande maatschappij teweegbrengen. Maar terwijl de revoluties uit het verleden zich er mee tevreden konden stellen de klassenstrijd tot het uiterste op te voeren — omdat hun doel immers niet bestond in het scheppen van volledig nieuwe, bewust geplande maatschappelijke betrekkingen —, kan de proletarische revolutie slechts gerealiseerd worden, als de proletarische klassenstrijd op haar hoogtepunt omslaat in een proces van systematische en bewuste omwenteling van alle menselijke betrekkingen — een proces dat zich over jaren, ja tientallen jaren uitstrekt. Het strekt zich uit van de veralgemening van de autonome activiteit (Selbsttätigkeit) eerst van het proletariaat, tot aan de autonome activiteit van alle leden van de maatschappij op de drempel van de klassenloze maatschappij.

Terwijl de overwinning van de burgerlijke revolutie de bourgeoisie tot een conservatieve klasse maakt, die weliswaar op technisch-industrieel gebied nog revolutionaire veranderingen kan bewerkstelligen en een zekere tijd histories een objectief progressieve rol kan spelen, maar zich uit de sfeer van de actieve omwenteling van het maatschappelijke leven terugtrekt en hier zelfs in haar strijd met het door haar uitgebuite proletariaat in toenemende mate reactionair moet optreden, betekent de verovering van de macht door het proletariaat niet het einde maar het begin van de maatschappij-omwentelende activiteit van de moderne arbeidersklasse, die slechts haar eigen opheffing als klasse, samen met de opheffing van alle andere klassen als eindpunt kan hebben. [5]

4. In tegenstelling tot alle sociale revoluties uit het verleden, die zich in het algemeen in een nationaal of begrensd regionaal kader afspeelden, is de proletarische revolutie wezenlijk internationaal. Pas in de wereldwijde opbouw van een klassenloze maatschappij zal zij tot voltooiing komen. Hoewel het zeer zeker mogelijk is, dat ze eerst op nationaal niveau een overwinning behaalt, blijft deze overwinning toch altijd onzeker, zolang de klassenstrijd op het internationale vlak het kapitaal nog geen beslissende nederlaag heeft toegebracht. De proletarische revolutie is een wereldomvattend revolutionair proces, dat zich echter noch rechtlijnig noch volgens één model voltrekt. De imperialistische keten breekt het eerst in haar zwakste schakels, en de sprongsgewijs op- en neergaande golfbeweging van de revolutie verloopt volgens de wet van de ongelijkmatige en gecombineerde ontwikkeling (niet alleen op economisch gebied, maar ook in de krachtsverhouding tussen de klassen; beide vallen niet automatisch samen).

Al deze bijzondere kenmerken van de proletarische revolutie zijn in Lenins organisatietheorie verdisconteerd, d.w.z. zij bepaalt de specifieke eigenschappen van deze revolutie o.a. in het licht van de bijzondere kenmerken en contradicties in de ontwikkeling van het proletarisch klassenbewustzijn. Ze spreekt openlijk uit, wat Marx slechts aangeduid heeft en door diens epigonen nauwelijks begrepen is, namelijk dat er geen ‘automatische’ omverwerping van de kapitalistische maatschappijorde plaats kan vinden, noch dat deze maatschappijorde ‘spontaan’ in een socialistische maatschappij kan overgaan. Voorwaarde voor de overwinning van de proletarische revolutie is daarom dat zowel ‘objectieve’ factoren (diepgaande maatschappelijke crisis als teken dat de kapitalistische productiewijze haar historische missie vervuld heeft) alsook ‘subjectieve’ factoren (rijpheid van het proletarisch klassenbewustzijn en rijpheid van zijn leiding) gunstig voor de revolutie zijn. Zijn deze ‘subjectieve’ factoren niet of onvoldoende aanwezig, dan blijft de proletarische revolutie op dat moment zonder succes, en zal juist haar nederlaag tot een tijdelijke economisch-maatschappelijke consolidatie van het kapitalisme bijdragen. [6]

Lenins organisatietheorie markeert de verdieping van het marxisme, toegepast op de fundamentele problemen van de maatschappelijke bovenbouw (staat, klassenbewustzijn, ideologie en partij). Samen met het werk van Rosa Luxemburg en Trotski (en in engere zin van Lukács en Gramsci) vormt zij het marxisme van de subjectieve factor.

[3] In deze zin moet men ook de beroemde opmerking van Marx aan het begin van de Achttiende Brumaire van Louis Bonaparte verstaan, waarin het zelfkritische karakter van de proletarische revolutie wordt onderstreept. Marx spreekt in dit verband van de “onbepaalde onbegrensdheid van haar eigen doeleinden”. Zie Marx-Engels, Ausgewählte Werke, Band 1, Berlin 1960, p. 229; in de Nederlandse uitgave: De Achttiende Brumaire van Louis Bonaparte, Uitgeverij voor literatuur in vreemde talen, Moskou, z.j., p. 14.

[4] In het Communistisch Manifest zeggen Marx en Engels, dat de communisten “geen bijzondere principes opstellen, waarnaar zij de proletarische beweging willen modelleren”. In de Engelse uitgave van 1888 verving Engels het woord ‘bijzondere’ door ‘sektarische’. Daarmee brengt hij tot uitdrukking, dat het wetenschappelijk socialisme de arbeidersbeweging wel degelijk ‘bijzondere’ principes probeert bij te brengen, maar slechts voorzover deze objectief uit het algemene verloop van de proletarische klassenstrijd, d.w.z. van de eigentijdse geschiedenis, voortvloeien, en geen principes die alleen tot de ‘belijdenis’ van een bepaalde sekte, d.w.z. tot een louter toevallig aspect van de proletarische klassenstrijd behoren.

[5] Deze gedachte wordt door Trotski in de inleiding bij de eerste Russische uitgave van zijn boek De permanente revolutie ondubbelzinnig geformuleerd (Permanent Revolution, New Park Publications, 1962, p. 8-9). Ook Mao Tse-toeng heeft deze gedachte beklemtoond. In scherpe tegenstelling hiermee staat het denkbeeld van een ‘socialistische productiewijze’ of zelfs van een ‘ontwikkeld socialistisch maatschappijsysteem’, waarin de eerste fase van het communisme wordt opgevat als iets gefixeerd, niet als een tussenfase in een permanente revolutionaire ontwikkeling van kapitalisme naar communisme.

[6] Vgl. de bekende uitspraak van Lenin, dat er geen ‘uitzichtloze economische situatie’ bestaat voor de imperialistische bourgeoisie.

 

Contact webmaster

Avec le soutien de la Formation Leon Lesoil, 20, rue Plantin, 1070 Bruxelles, Belgique